Bewust omgaan met de historische context van het rieten dak

19-5-2021| Het ambacht van rietdekken is de afgelopen 100 jaar nauwelijks veranderd. Wat maakt erfgoed rietdekken anders dan ‘gewoon’ rietdekken? Dat zit in zaken als kennis van gebouwtypen, onderliggende historische constructies en regelgeving, leggen Joost Kreuger, adviseur bij de Vakfederatie Rietdekkers, en Klaas Boeder, kwaliteitsbewaker bij het NCE, uit. Joost geeft ook les bij de opleiding, evenals – verrassend - een van de deelnemers: rietdekker Arend-Jan Slager. Hij geeft les over wandbekleding, zijn specialisme. 

Een andere benadering

Joost Kreuger schrijft een deel van de lesstof van het profieldeel Rietdekken. “De studenten leren dat monumenten een andere benadering vereisen dan rietdekkers gewend zijn. Het rietdekken zelf wijkt bij een monument niet wezenlijk af van het rietdekken van een gewoon gebouw. Het ambacht is het zelfde als 100 jaar geleden maar de materialen zijn anders. Het werk aan monumenten is aan regels gebonden als het gaat om de onderliggende constructie, die moet behouden blijven. De erfgoedrietdekker krijgt veel meer te maken met regels. Bij het werken aan monumenten worden de uitvoeringsrichtlijn Riet (URL 4004) en de restauratieladder gehanteerd. Zoveel als mogelijk wordt de oude onderliggende constructie en de oude manier van werken behouden. De restauratieladder helpt afwegingen te maken: wat kan wel en wat kan niet. Daar ga je over in gesprek met de opdrachtgever, de architect en de gemeenten. Per definitie zijn werkzaamheden aan een monument vergunningsplichtig. De opleiding biedt dus meer een verbreding van het vakmanschap.”

Respect voor de geschiedenis van het pand

Klaas Boeder neemt als lesstofauteur het deel over historische bouwtechnieken en organisatiebouwproces voor zijn rekening. “Bij de historische bouwtechniek heb ik me geconcentreerd op de gebinten en kapconstructies van historische boerderijen. Belangrijk voor de erfgoedrietdekker is dat hij (of zij) zich bewust is van de context waarin het werk wordt uitgevoerd. Bij historische boerderijen ontstaan in het dak vaak knikken of bulten. Bij het rietdekken moet je meegaan met die dakvorm uit respect voor de geschiedenis van het pand. Je kan daar geen strak dak op leggen. In de lesstof wordt aandacht besteed aan speciale technieken, zoals siervlechtwerk wat vooral voorkomt in Drenthe en Twente en doorgedekte killen. De techniek van het binden is nu hetzelfde als vroeger, maar het traditionele dekken op rietlatten is nu vaak vervangen door het binden op een dichte onderplaat. Ook de traditionele afwerking kan per regio verschillen. Dat geldt ook voor de wijze waarop de nok is afgewerkt.”

Van elkaar leren

De opleiding bestaat uit zes dagen die, in drie sets van 2 dagen, verspreid over een kalenderjaar gegeven worden. Joost kijkt tevreden terug op de eerste lesdagen. “De eerste lesdagen waren erg leuk, de groep was heel geïnteresseerd en gemotiveerd om nieuwe kennis op te doen. Je kunt even op een andere manier met je vak bezig zijn. Door samenwerking in de groep leren de deelnemers veel van elkaar. In de eerste lessen is het beoordelen van de kwaliteit van riet behandeld. Riet is een apart materiaal, het is week maar je gebruikt het wel om het gebouw en de gebruikers tegen invloeden van buitenaf te beschermen. Het is dus belangrijk dat de kwaliteit van het riet goed is. De studenten leren de kwaliteit van riet te beoordelen door proeven uit te voeren. In de volgende lesdagen komen andere praktische vaardigheden aan de orde zoals onder andere wandbekleding en het dekken van molens. Voor die specifieke technieken hebben we verschillende docenten.”

Docent, meelezer van de lesstof én student

De praktijklessen over wandbekleding worden in de herfst gegeven door Arend-Jan Slager, die in 2010 na een aantal jaren ervaring te hebben opgedaan, zijn eigen rietdekkersbedrijf, Rietdekkersbedrijf Slager, startte. Arend-Jan is niet alleen docent en meelezer van de lesstof, maar ook student bij de opleiding Erfgoed Rietdekken. “De eerste lessen waren heel leerzaam. De eyeopener van het theoriedeel is voor mij de variatie in type daken, boerderijtypen en de historie. Hoe een gebintconstructie in elkaar zit bijvoorbeeld. We werken regelmatig aan monumenten. Klein timmerwerk doen we al, dan gaat het om knijpplanken en sporen. We houden ons daarbij aan de uitvoeringsrichtlijn en gebruiken bij vervangen van bijvoorbeeld een spoor dezelfde houtsoort. Ik wil met deze opleiding mijn kennis verdiepen en aantoonbaar maken voor mijn opdrachtgevers.”

Wandbekleding

Arend-Jan is gespecialiseerd in wandbekleding. “We werken het meest in Drenthe en Overijssel. Daar komt bij historische schuren veel wandbekleding voor. Er is daar ook vraag naar vlechtwerk zoals dat bij historische schuren werd toegepast. Riet was vroeger een van de goedkoopste materialen voor dakbedekking, veel goedkoper dan pannen. Ter verfraaiing maakten de rietdekkers er mooie details in. Dat kon, arbeid was ook goedkoop. Nu is arbeid duur en daarmee is een rieten dak, dat nu eenmaal veel arbeidsuren vraagt, een luxe-product geworden. Als we nu een historisch rieten dak vervangen, maken we het zo dat de historische verschijningsvorm blijft maar dat het wel duurzaam gemaakt is. Vroeger werd het riet met wilgentenen en twijgen aan de riet- of deklatten gebonden. Nu doen we dat met rvs-draden, maar voor het historische beeld werken we het vlechtwerk af met twijgen en wilgentenen.”

Voor meer informatie over de opleiding: Erfgoed Rietdekken.

Vertegenwoordigers van de Vakfederatie Rietdekkers en het Rietdekkersgilde lezen mee met de lesstof.

Foto boven: Arend-Jan Slager aan het rietdekken (foto: Erik Karst Fotografie).
Foto onder: Joost Kreuger.